Door Marieke Epping (Dental Tribune) | Foto: jaapzoet.nl

Arnhem – Alle grote spelers in de Nederlandse mondzorg bij elkaar zetten en laten discussiëren over de toekomst van de tandheelkunde. Het lijkt haast onmogelijk, maar het lukte de Arnhemse Tandartsenvereniging met het Dental Debate op vrijdag 6 juni. Ter ere van het honderdjarig jubileum van de vereniging gingen tandartsorganisaties, patiëntenvertegenwoordigers, zorgverzekeraars en ‘de gewone tandarts’ met elkaar in debat. Over vaste tarieven en aanvullende verzekeringen, maar ook over zelfstandig borende mondhygiënisten en de vrije artsenkeuze. Dental Tribune was erbij en doet vanuit Burgers’ Zoo in Arnhem verslag van een ochtend vol vuurwerk.

De messen werden al geslepen in de openingspraatjes van een aantal van de debaters. NMT-voorzitter Rob Barnasconi zette allereerst de beroepsgroep zelf op scherp door een beroep te doen op het zelfreinigend vermogen van tandartsen. Fraudeurs en slecht functionerende collega’s moeten door tandartsen zelf uit hun midden worden geweerd. Bas van den Heuvel, die onderzoek deed naar de NZa-marktscan, ageerde tegen de vaste tarieven en de beperking die de patiënt daardoor krijgt opgelegd. “Waarom mag ik van de overheid wel zelf bepalen wat ik uitgeef bij de kapper, maar niet bij de tandarts?” vroeg hij zich af.

Het laatste openingswoord was voor Edwin Brugman, directeur van de Vereniging voor Arts en Auto (VvAA). Hij bedankte de tandartsen en hun verenigingen voor het gezamenlijk optrekken in de acties om de vrije artsenkeuze te behouden. Maar Brugman trok vervolgens fel van leer tegen de patiëntenfederatie NPCF. Hij kon niet begrijpen dat de belangenbehartiger van patiënten niet pal voor het behoud van vrije artsenkeuze gaat staan en vond het een schande dat deze wetswijziging, volgens hem met steun van de NPCF, is aangenomen.

Na deze stevige woorden waren zowel de debaters als de zaal opgewarmd voor het echte werk. Onder leiding van de DebatAcademie werd een echt Lagerhuisdebat gevoerd, met de voorstanders aan de ene kant van het podium en de tegenstanders aan de andere. De debaters wisten niet welke stellingen zij voor de kiezen kregen, waardoor elke nieuwe stelling begon met een heuse stoelendans. Ook tijdens de discussie wisselden de deelnemers regelmatig van zijde, wat af en toe met gelach of applaus vanuit de zaal gepaard ging.

Zoals bij de stelling: ‘Het is goed dat de bevoegdheden van mondhygiënisten worden uitgebreid’. Gezien de recente ophef over dit voorstel van VWS was te verwachten dat bijna alle tandartsen tussen de debaters het hiermee oneens waren. Aan Eveline Haisma-van Rossum du Chattel als kersverse voorzitter van de NVM de eer om hen te overtuigen en aan haar zijde in het ‘eens’-kamp te krijgen. Het omgekeerde gebeurde echter: ze betoogde dat het voorstel gaat over het opnemen van mondhygiënisten in het BIG-register en hen ook onder het tuchtrecht te laten vallen, niet over het verkrijgen van meer bevoegdheden. Daarop kwam vanuit het oneens-kamp de kreet: “Dan hoor je aan deze kant thuis!” Na enig tegenstribbelen verplaatste de NVM-voorzitter zich naar de andere zijde van het podium, waarop het publiek haar op luid applaus trakteerde.

Bij de laatste stelling van de ochtend barstte het vuurwerk echt los. Slechts drie debaters beaamden dat ‘De voordelen van het inperken van de vrije artsenkeuze groter zijn dan de nadelen’. Karin Hoekstra, woordvoerder van Achmea, was geen verbazingwekkende voorstander, maar dat naast haar onder meer Jacqueline Baardman van de NPCF plaatsnam, deed het publiek een wenkbrauw optrekken. Hoekstra weerde zich vanuit haar rol als verzekeraar kranig tegen de kritieken van de vele mondzorgprofessionals aan de andere kant. Dat Baardman van de NPCF echter trouw aan haar zijde bleef en haar standpunt deelde, begon steeds meer emotie en vragen over de belangen van NPCF op te roepen. Dit bereikte een kookpunt toen Baardman vanuit de zaal gevraagd werd hoe de NPCF wordt gefinancierd. Ze ontkende ten stelligste dat de financiering vanuit de verzekeraars komt, met uitzondering van een enkele losse subsidie. De aanwezige medisch journalist Liza Leijenhorst gaf echter aan cijfers van de NPCF zelf te hebben gekregen waaruit het tegendeel blijkt. Baardman verzekerde het voor haar steeds vijandiger publiek dat dit niet het geval was, maar dat ze graag met Leijenhorst naar de cijfers zou kijken.

Op dat moment grepen de debatleiders in, want het was tijd om de prijzen voor beste debaters uit te reiken. Henk de Jong van Fa-med werd tot winnaar uitgeroepen, gevolgd door Rob Adolfsen van zorgverzekeraar Anno12. Mede omdat zij “zich dapper heeft geweerd in het hol van de leeuw” ontving woordvoerder Karin Hoekstra van Achmea de derde prijs. Zo eindigde het debat op milde toon en met royaal applaus vanuit de zaal.

Toch bleef de financiering en stellingname van de NPCF de gemoederen bezighouden. Tijdens de lunch na het debat werd druk nagepraat en zelfs op de toiletten gingen de verhitte discussies door. Ook de Arnhemse tandarts en mede-organisator Ravin Raktoe verbaasde zich over de opstelling van de NPCF. Hoe dan ook was hij blij dat zij en alle andere debaters hadden deelgenomen en serieus met elkaar in debat gingen. “Zo’n felle discussie is een gedroomde uitkomst voor ons jubileumcongres. Wij zijn meer dan tevreden.”

Dit artikel is gepubliceerd door Dental Tribune op 10 juni 2014.

Laat een Reactie achter